Spelletjes spelen op zaterdag in de jaren ’80

Het geheugen van een mens is briljant, net zoals de rest van een menselijk lichaam overigens.

Het fascinerende samenspel van waarnemingen, prikkels, axonen, dendrieten, synapsen, calciumionen, neurotransmitters en nog veel meer fraais doen onze hersenen functioneren als een onwaarschijnlijke en razendsnelle databank, waarin van alles en nog wat opgeslagen wordt, gerangschikt en gecatalogeerd.
Vroeger de ultieme natte droom van elke bibliothecaris, en tegenwoordig van elke dba of databankbeheerder.

Ons geheugen werkt vooral door het leggen van associaties.

Als je je bijvoorbeeld wilt herinneren waarom je vrouw je al een paar dagen naar de afdeling zelfbediening verwijst, kan het zijn dat je geheugen je niet meteen een pasklaar antwoord kan geven.
In de plaats daarvan ga je associëren, zoals dat dan heet.
Je brein gaat dan niet zoeken naar het waarom, want dat is toch een verloren zaak, maar het gaat al je waarnemingen en indrukken van rond dat moment terug samenbrengen en een reconstructie houden van wat er gebeurd is.
Ineens vinden je hersenen een referentie naar een bepaalde vanillegeur, niet van een dessert, maar blijkbaar van een parfum, dat niet van een dessert kwam, maar van de hals van een bevallige dame die naast jullie op restaurant zat, want je ruikt plotsklaps het aroma terug van het dampende bolletje bospaddestoelenconsommé, en hoort de je opnieuw irriterende tonen terug van de zomer van Vivaldi, maar prominenter nog, het stilzwijgen van je vrouw toen ze merkte dat de de benen van de ranke en volwassen brunette boeiender waren dan haar opmerking over de gordijnen die ze echt wel eens wilde vernieuwen, liefst in een andere kleur.

Door het samenleggen van al deze waarnemingen creëren je hersenen hun versie van jouw herinnering, en wordt de oorzaak van het probleem wel erg snel en ongemakkelijk duidelijk, en ligt er een lange revalidatie voor je gehavende boeg.

Omdat ons geheugen zo op het verbanden leggen tussen ervaringen gebaseerd is, dringen bepaalde herinneringen zich op de meest gekke momenten op.
Je ruikt toevallig de azijngeur als iemand een venster wast, en ineens moet je terugdenken aan hoe je bomma niertjes stond klaar te maken, zoals alleen zij dat kon, terwijl jij een puzzel van 1.500 stukjes aan het leggen was met de kleindochter van haar beste vriendin, en aan hoe je steeds maar weer haar betoverende blauwe ogen bleef opzoeken, en even later vind je jezelf achter je pc om haar te zoeken op het internet, en vraag je je naarstig af hoe je haar zal uitleggen dat je aan haar dacht door de geur van gewone natuurazijn, om maar iets willekeurig te bedenken.

Zo zat ik onlangs in de wagen onderweg naar Kraainem, toen ik het ‘nieuws’ over Jos Ghysen hoorde, en spontaan gleden mijn gedachten terug naar die zaterdagochtenden, als ik al met mijn echte Minervafiets, uiteraard uitgerust met snelheidsmeter, en, zoals het een echte adept betaamt, de weg ingedeeld in treinsporen, met wissels en signalisatie, naar de warme bakker was geweest, en soms ook al naar de bibliotheek.

Ja, een werkje maken over gelijk welk onderwerp was nogal een uitdaging in die tijd, zo zonder Wikipedia of Google.

“Te Bed of Niet Te Bed” kon mij op zich niet zo boeien, maar telkens aan het einde van het programma was er een spelletje.
Niet zomaar een spelletje, maar een taalspelletje.
Het idee was even geniaal als eenvoudig, en kon dus rekenen op mijn aandacht gedurende de volle 15 minuten dat het wekelijks duurde.

Het ging als volgt:
Je beschrijft een situatie, waarin je – soms met het nodige inlevingsvermogen, dat geef ik toe – een spreekwoord kon ontdekken.
Als je het spreekwoord gaf, kreeg je geld. Vond je het niet, dan kwam er geld bij voor de volgende deelnemer, en er mochten elke zaterdag 3 kandidaten meedingen.
Je moet je voorstellen, het was radio in de jaren ’80, dus om het extra spannend te maken, weerklonk een geinig elektro aandoend deuntje, gevolgd door een ding-dong voor een juist, of een vette zoemer voor een fout antwoord.
Soms ging het zo vlot, dat er 2 of 3 goede antwoorden waren op een zaterdag, maar soms liep het ook minder vlot.

Zo was er de opgave, waar men, en nu moet ik een beroep doen op mijn geheugen, altijd een risico, zeker een jaar, en ik vermoed zelfs langer over gedaan heeft.
Op den duur kende ik, en met mij waarschijnlijk heel radioluisterend Vlaandere toen, ze echt van buiten, en slaakten we een collectieve zucht van verlichting als het juiste antwoord eindelijk gegeven werd.

Dit was de opgave:
“De man wandelt binnen in het bedrijf als laagste bediende. Hij denkt bij zichzelf: ‘Hier word ik nog directeur-generaal!’
Hoe hoog stond die man van de grond op het moment dat ie dat denkt of zegt?”

Weken, maanden ging dit zo verder, telkens opnieuw weer foute antwoorden, mensen die niet geluisterd hadden de vorige keren, gewoon niet zo slimme mensen, of ook wel te intelligent, kortom, het was een ware uitputtingsslag.
Iedereen werd er zot van, tot op het punt dat je nerveus werd als het weer zover was…

Ik ga je het resultaat niet verklappen, dat zou alle fun bederven, maar ik daag je wel uit.
Degene die het juist heeft, mag een attentie verwachten, alleen ben ik er nog niet achter welke juist.

 

“Bij leven en welzijn, tot vandaag over acht dagen”

Jos Ghysen

1 comment

  1. Ik herinner me vooral die – en het lijkt me dat dat ook geruime tijd de opgave was – waar ‘iemand in een zo kort mogelijke uitdrukking in de Nederlandse taal uiting gaf van zijn bewondering’. Vreemd genoeg leek niemand dat te vinden, terwijl ik als nauwelijks tienjarige al vanaf een van de eerste weken het antwoord wist.

    Ne mens zou van minder 10 centimeter boven de grond gaan zweven 🙂

Leave a Reply