Vandaag, precies 175 jaar geleden, op 5 mei 1835, om 12h32, waarschijnlijk een typisch Belgische dag (ook al waren de Frank en Sabine in die tijd waarschijnlijk iets minder goed op de hoogte van straalstromen, hoge-en lagedrukgebieden), zorgden de Pijl, gevolgd door de Stephenson, en afsluitend de Olifant, voor een gemeende trillende onderlip bij menig kersverse Belg, toen de stalen wielen van deze eerste trein in België zich knarsend en krakend, maar dapper en vol overtuiging in beweging zetten in het Antwerpse Mechelen, en zijn reis begon naar het belangrijke Brussel.
Het overstroomde elke cel in het lichaam van elke Belg ongetwijfeld met grote vreugde, trots en respect, dat zoiets mogelijk was, en dan nog in België.
Althans, dat vermoed ik, want na bijna mijn 34ste mijlpaal te hebben afgerond, en nu ik mij geconfontreerd weet met een stelletje politici, waarvan een rationeel mens zijn minst belangrijke hersencellen laat werken, onmogelijk voor zichzelf kan verklaren hoe deze mensen zichzelf nog lachend in een spiegel kunnen aankijken, doet dit gevoel mij zelfs een beetje beklemmend aan.
De mensen die mij nog kunnen verbazen, en dan nog in uitgesproken positieve zijn, zijn jammer genoeg – we lachen sowieso al veel te weinig – schaarser dan een ozondeeltje boven de Zuidpool, of een blokje ijs van elke kubieke kilometers aan de Noordpool.
Zelfs die dag toont de geschiedenis de inborst van de Belg: trots, fier, genoegzaam, en jammer genoeg een tikkeltje overmoedig als het goed lijkt te gaan.
Zo gebeurde het ook met de eerste treinrit.
De heenreis verliep zo ‘gesmeerd’, dat men moet gedacht hebben dat dit nog maar het begin was.
Men spande de – toegegeven, me zo’n naam schep je nu eenmaal verwachtingen – Olifant voor de andere twee treinen, en even later trok deze noeste werker 30 wagons achter zich aan.
En het leek zelfs te lukken… Tot Vilvoorde, tenminste…
Toen bleek dat de Olifant iets te dorstig was geworden, door het zware werk, en hij zijn watervoorraad uitgeput had.<br />Hij wil niet meer verder, en dus zag men geen andere oplossing dan hem in Mechelen te gaan laten drinken.</p> <p>Ondertussen gingen de 900 passagiers in de velden zitten genieten van de eerste stilstaande trein in België, een oerdegelijke en rotsvaste traditie was gestart.</p> <p>Zoals het een goede dienstverlening betaamt, kwam de trein uiteindelijk wel aan, om 17h45, terwijl ondertussen in Brussel de geruchten al gonsden van geruchten over ontspoorde wagons en ontplofte locomotieven.<br />Geef toe, heen en terug van Mechelen naar Brussel, in 5h22, is in deze tijd zelfs goed voor een eervolle vermelding.</p> <p> België heeft die dag veel gewonnen, wat natuurlijk niet mogelijk was zonder de verdienste van onder andere de brave heer Stephenson, die zichzelf figuurlijk dikwijls schouderklopjes moet gegeven hebben bij het idee aan al die gepassioneerde mannen, die zovele jaren later nog altijd minitieus een extra spoorlijn door de Alpen in hun kelder leggen, waar dat ze uren zichzelf kunnen verliezen in het genieten van zo’n intrigerend beest op rails.</p> <p>Ik was onderweg naar mijn werk, deze morgen, toen ik dit berichtje, kort en sec op Radio 1 hoorde aflezen.<br />Fantasie is iets fantastisch en krachtig en veranderde heel even de dichtslibbende E40 voor mij in één lange spoorlijn, met mezelf aan het stuurwiel van deze eerste trein, en even gloeide dezelfde fierheid die de allereerste machinist in België door zijn aderen moet hebben voelen stromen (of waren het de gensters van de gloeiende kolen?) door mijn bescheiden en meestal moeilijk te vinden aderen.</p> <p>De realiteit van het drukke en genadeloze verkeer deed mij echter terug in het heden vallen, maar niet vooraleer ik even terug ging in de tijd, dat ik mijn lofzang had betuigd aan George Stephenson, als uitvinder van dit magische stalen ros, dat zich zo majestueus voortbewoog over de gladde, stalen rails.</p> <p>In die tijd was het maken van een werkje geen sinecure.<br />Googelen was toen nog gewoon West-Vlaams goochelen, er werd niet getwitterd, gechat, en wilde je elkaar snel bereiken, had je een vast toestel met grote draaischijf.<br />Daar moest je het dan mee doen.</p> <p>Werkjes maken vroeg heel wat inventiviteit en doorzettingsvermogen: ‘s morgens op zaterdag voor dag en dauw de fiets op, om niet te laat in de stoffige, maar rijke bibliotheek binnen te kunnen, en uren grasduinen om toch maar die juiste foto te vinden, of dat correct stukje geschiedenis.<br />Hoeveel uren ik vol ijver geknipt en geplakt heb, weet ik niet meer.<br />Nog minder hoeveel keer op de automatische typmachine van mijn ouders ik een stukje opnieuw tikte, omdat de bladspiegel niet goed uitkwam, of de foto net niet paste.<br />Gewoon even verkleinen of vergroten was er toen jammer genoeg nog niet, peperduur correctielint dan weer wel, en dat hebben mijn ouders geweten!</p> <p>Maar na al dat zwoegen en zweten, apetrots mijn best wel lijvige werk, voorzien van veelvuldige, weliswaar simpele foto’s, kunnen voorleggen, mét speciaal schutblad, maakte al dat afzien in plotsklaps weer helemaal goed.</p> <p>Misschien word ik stilletjes aan oud, of misschien ook gewoon wijzer, of heb ik gewoon heimwee naar toen de wereld eigenlijk nog eenvoudig was, maar ondanks het feit dat ik nu zelf een voortrekkersrol speel in deze waanzinnig snel evoluerende wereld, wens ik toch iedereen zo’n stukje zelferkenning, en vooral voldoening toe.</p> <p>De sneltrein van de digitale wereld is niet meer te stoppen, maar soms doet het toch deugd om langs die spoorlijn te staan, je rug naar het nog nazinderende spoor van de uitzinnig razende trein te keren, en te genieten van een klaproos, in een veld vol rijpend graan, en terwijl je de halmen voelt kriebelen langs de rand van je veel te wijde korte broek, en, terwijl je de geur opsnuift van de warme zomerdag, de zonnestralen je huid langzaam doen verbranden, en je doen beseffen dat er ook nog een wereld bestaat naast deze virtuele mallemolen.</p>
